Ik breng orde in chaos, maak een einde aan pijn.
Ik ben zekerheid in het leven, de enige zekerheid.
Zonder emoties doe ik mijn werk, zoals het moet zijn,
Vakbekwaam en secuur en voor eenieder op tijd.
Mensen proberen de gedachte aan mij te vermijden,
Ze vrezen mij oprecht hun hele leven lang.
Zij zien niet dat niet ik het ben die ze doet lijden,
Ik doe mijn werk en kom toch wel. Wees niet bang.
Het is niet zo dat ik geniet van het lijden dat ik ben,
niet in het geheel. Gevoelens zijn mij vreemd.
Want plicht is de enige heer die ik ken,
aan hem ben ik trouw, zeer welgemeend.
Mijn zwaard is het abrupte eind aan dat wat is geweest.
Voor sommigen een groot verdriet, voor anderen een verlossing
uit diepe eenzaamheid. Maar ik ben geen beest.
Ik ben de uiteindelijke verandering.
Ik bezit vele namen, sommigen noemen me noodlot,
anderen hebben het over het kwaad.
Ze noemen me de compagnon van menig complot,
zien me als de reden voor hun diepste haat.
Mijn naam is geschreven in het diepste bloedrood,
want mijn naam?
Dat is De Dood.
